08:01
19-08-2020

​​“Wie hier aan tafel zit, kan iets verwezenlijken in de wereld van HDD”

Rondetafelgesprek Bouwunie: horizontaal gestuurde boringen

Bij gebrek aan een duidelijke leidraad publiceerde de Vlaamse Raad van Netwerkbeheerders (VRN) in 2015 een uitgebreide technische richtlijn voor horizontaal gestuurde boringen (horizontal directional drilling). Die richtlijn betekent een flinke stap in de goede richting, maar zeker nog geen eindstation. Dat bleek uit het rondetafelgesprek ‘horizontaal gestuurde boringen’ dat Bouwunie eind februari organiseerde.

Horizontaal gestuurd boren is een sleufloze bestuurbare techniek voor het aanleggen van verschillende soorten leidingen en kabels. De techniek wordt voornamelijk toegepast om ontoegankelijke terreinen zoals bevaarbare waterlopen, spoorwegen, autosnelwegen … te kruisen. Aangezien het belang van ‘minder hinder’ bij openbare werken groeit, wordt de techniek van horizontaal gestuurd boren steeds vaker toegepast. En dat het thema leeft, bleek ook uit de grote opkomst tijdens het rondetafelgesprek. Bouwunie bracht maar liefst 20 betrokkenen – van bouwheren en aannemers tot nutsmaatschappijen en overkoepelende organisaties – samen voor een gesprek waarin zowel de positieve aspecten als de pijnpunten op tafel werden gelegd.

louwers-x-bouwunie-groep-c-dieter-meyns-2-of-30ent_id3474-kopieren

“Bij de grotere studies worden de risico’s beter ingeschat” – Johan Vanhulle, bvba Vanhulle

 

VRN-richtlijn

Aanvangspunt van het gesprek was de technische VRN-richtlijn, die sinds enkele jaren tracht om het complexe verhaal van gestuurde boringen in grote lijnen te standaardiseren. “Ongeveer tien jaar geleden groeide het besef dat we zonder duidelijke regelgeving op een infarct zouden afstevenen. Er werd veel geboord, maar nauwelijks nagemeten. Dat kon niet blijven duren”, steekt Thierry Adriaensens, projectmanager bij Aquafin, van wal.

Diezelfde periode werd ook de VRN met dezelfde problematiek geconfronteerd. Beide werkgroepen, van Aquafin en de VRN, bundelden de krachten en werden uitgebreid met onder andere inbreng van FARYS, Proximus, De Watergroep, Pidpa, Fluxys, Telenet, Elia en Fluvius, maar ook aannemers en producenten. Thierry Adriaensens: “Na veel gesprekken met alle betrokken partijen werd in 2015 een richtlijn gevalideerd door de VRN (Aquafin, De Watergroep, Elia, Farys (TMVW), Fluvius, Fluxys, IMWV, IWVA, Orange Belgium, Pidpa, Proximus, Telenet, Water-Link (AWW), Waterbedrijf Knokke-Heist) met spelregels voor gestuurde boringen, onderverdeeld in drie types (zie kaderstuk, red.). Bij Aquafin werden de richtlijnen meteen in de bestekken geïntegreerd en intussen werden ze ook opgenomen in het nieuwe standaardbestek.”

louwers-x-bouwunie-groep-c-dieter-meyns-10-of-30ent_id347-kopieren

“Duidelijke regels en een verplichting voor tops om bentonietslib te accepteren, zal de prijzen doen normaliseren” – Chris Wauters, Fluvius.

 

Vincent Decruyenaere, nationaal secretaris Bouwunie Infrastructuurwerken, bevestigt en vult aan: “De boorbedrijven van Bouwunie hebben bij de uitwerking van dit richtsnoer bergen werk verzet en heel veel input gegeven aan de kabel- en leidingbeheerders.”

Niet altijd even duidelijk

De praktische richtlijnen rond gestuurde boringen zijn dus beschikbaar en met de registratie van alle KLB’s (Kabel en LeidingBeheerders), sinds 1 september 2009, werd eerder al een stap vooruit gezet. Vanaf 1 januari 2016 maakt KLIP (Kabel en Leiding Informatie Portaal) het mogelijk dat planaanvragers via één elektronische aanvraag de plannen digitaal kunnen bekomen van alle KLB’s. Maar is er ook effectief veel veranderd in het veld? Ja en nee. “Bij de grotere studies en grotere gestuurde boringen worden de risico’s beter ingeschat”, merkt Johan Vanhulle van bvba Vanhulle op. “Kleine boringen worden vaak laat beslist. Ik denk dat het belangrijk is om dan ter plekke op de werf eerst een studie uit te voeren. Bovendien is ook de informatie die uit de KLIP-aanvraag komt niet altijd even duidelijk. Het gebeurt dat het niet als gestuurde boring op het plan staat aangeduid. Zo kan je beschadigingen aanbrengen, zonder dat je er iets aan kan doen.”

louwers-x-bouwunie-groep-c-dieter-meyns-26-of-30ent_id347-kopieren

“Bij een monstername op bentonietslib in zijn oorspronkelijke vloeibare vorm zal je dus veel vervuiling missen” – Peter Hendrikx, RDL.

 

Bart Verberckmoes, Engie Fabricom, bevestigt: “Waar ‘gegraven’ staat aangeduid, maar in werkelijkheid geboord werd: dat zijn de moeilijkste gevallen. Dan krijg ik liever een plan zonder gegevens, maar wel met de aanduiding ‘gestuurde boring’. Dan kan je nog altijd zelf uitzoeken waar de leidingen exact zitten.” Maar wat gebeurt er met al die foute informatie? Ilse Baeck, technical engineer bij Canalco en ondervoorzitter van Bouwunie Infrastructuurwerken, pleit voor een duidelijke communicatie.      

“De KLIP-gegevens moeten duidelijk stellen of het een boring betreft of niet. Staat niet alles juist vermeld, dan moet er teruggekoppeld worden naar het Agentschap Informatie Vlaanderen, zodat het aangepast kan worden. Het digitale platform is zeker een verbetering. Het is soms nog wat zoeken en er zijn duidelijk nog mankementen, maar het is zeer belangrijk dat dit telkens wordt aangekaart bij het AIV.”

Oude versus nieuwe leidingen

Vooral van oude leidingen ontbreekt anno 2020 nog steeds zeer veel info. Wat de nieuwe leidingen betreft, vraagt de VRN-richtlijn voor boringen type 1 en 2 een as-builtplan van de pilootboring en van de geïnstalleerde leiding (nameting) in X en Y coördinaten, Lambert 72 gerelateerd en Z in TAW. “Het verleden wordt gekenmerkt door zwevende excelbestanden”, vertelt Chris Wauters, senior technologist contractors utilities and HDD bij Fluvius. “Naar de in- en uittredeput en de diepte was het vaak raden. Nu proberen we die omslag te maken, maar het verleden kan je natuurlijk niet wegcijferen. Zelfs bij nieuwe leidingen en een nameting heb je geen 100 % zekerheid. Bij volgende werken kan iemand de kabels opzij trekken, zonder dat dit gedocumenteerd wordt. Toch spreekt het voor zich dat we vandaag al veel meer middelen en mogelijkheden hebben. En daar moeten we op verder bouwen.”

louwers-x-bouwunie-groep-c-dieter-meyns-20-of-30ent_id347-kopieren

“Dankzij een volledig traceerbaarheidssysteem weten we waar de bodemmaterialen in Vlaanderen vandaan komen en waar ze naartoe gaan” – Timothy Geerts, Grondwijzer

 

Bart Permentier van Proximus beaamt: “De info die we vroeger hadden na een boring was veel beknopter. Nu is de informatie concreter. De slechte documentatie uit het verleden gaan we er nooit helemaal kunnen uithalen, maar we kunnen wel werken aan de toekomst. Ik schrik ervan dat er nog steeds geboord wordt zonder te documenteren. We moeten streven naar boringen met een standaard nameting. En die opdracht moeten we niet per se bij de aannemer duwen. De Watergroep doet het bijvoorbeeld zelf.”

Gasnetbeheerder Fluxys legt de nadruk heel bewust op de juiste positie van de leiding. “Na de aanleg van de directionele boring doen we nog een nabepaling met gespecialiseerde meetapparatuur”, vertelt Paul Van Es, senior pipeline engineer bij Fluxys. “Zo weten we exact waar de leiding zit. Wij bieden de aannemers overigens aan om samen met ons de boring te bekijken. We staan hen bij met het interpreteren van de aangeleverde digitale liggingsgegevens en komen zelfs ter plaatse om leidingen uit te zetten om zo de risico’s zoveel mogelijk te beperken. En dat doen we allemaal gratis.”

louwers-x-bouwunie-groep-c-dieter-meyns-23-of-30ent_id347-kopieren

“Het BIM-verhaal is al ingeburgerd in de gebouwensector, maar de infrasector hinkt mijlenver achterop” – William Martens, FARYS.

 

BIM en meetsystemen

Ook William Martens, projectmanager bij FARYS, benadrukt het belang van inventarisering: “Minder hinder is heilig vandaag en in stadscentra hebben we praktisch nergens nog toestemming om de rijweg op te breken. Maar door het ontbreken van de juiste coördinaten zijn we soms genoodzaakt om bij wijze van spreken met de ogen dicht onder de rijbaan te boren. Daar proberen we nu iets aan te doen via de nieuwe richtlijn die stilaan meer doorgang vindt, ook binnen het standaardbestek. Bij iedere nieuw project moeten alle kabels, leidingen en aansluitingen geïnventariseerd worden, ook digitaal, én vasthangen aan coördinaten. Dat is eigenlijk het fameuze BIM-verhaal1. Dat verhaal is al ingeburgerd in de gebouwensector, maar de infrasector hinkt mijlenver achterop.”

louwers-x-bouwunie-groep-c-dieter-meyns-13-of-30ent_id347-kopieren

“Het kan niet de bedoeling zijn dat Belgische bedrijven die kleine volumes verwerken zich aan de regels moeten houden, terwijl grotere buitenlandse bedrijven niet gecontroleerd worden.” – Kim Voets Debako

 

Het BIM-verhaal mag dan wel blijven hangen, op het vlak van innovatie staat de sector zeker niet stil. “Vroeger had je twee tot drie beschikbare meetfrequenties. Nu zijn er pakketten tot 1.000 frequenties”, benadrukt Kurt Drossin van Vermeer Benelux. “Toestellen worden ingezet om het boortraject te scannen en stoorsignalen te signaleren om uiteindelijk tot de juiste frequentie te komen. Op die manier boor je zo weinig mogelijk blind en zal je zo min mogelijk interferenties hebben. De machines zijn dus zeker klaar voor de uitdagingen van vandaag.”

Kim Voets, operationeel directeur bij Dekabo, is het daarmee eens, maar plaatst ook een kanttekening: “We merken dat de meetsystemen beter en geavanceerder worden. Maar onze mensen moeten ook weten waar ze mee bezig zijn. Dat vraagt de nodige opleidingen, iets wat niet altijd even makkelijk te implementeren is. Bovendien kunnen we nog altijd niet in de grond kijken. Ook ik pleit dus voor een eenduidige rapportering na oplevering. Die meerwaarde is zeer groot en we zien ook wat dat betreft stappen in de goede richting.”

Bentonietslib

Een nieuw aandachtspunt bij het uitvoeren van horizontaal gestuurde boringen is de verwerking van bentonietslib. Sinds 1 april 2019 valt het gebruik van bentonietslib, afkomstig van gestuurde boringen, onder de ‘grondverzetsregeling’. Timothy Geerts, diensthoofd grondverzet bij Grondwijzer, licht toe: “Dankzij een volledig traceerbaarheidssysteem weten we waar de bodemmaterialen in Vlaanderen vandaan komen, welke kwaliteit ze hebben, waar ze naartoe gaan en in welke toepassing ze gebruikt worden. Maar vanuit de sector vangen we op dat er problemen zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld heel wat tussentijdse opslaplaatsen (TOP) die niet staan te springen om het afgevoerde bentonietslib aan te nemen. Daar knelt momenteel nog het schoentje. De regels worden niet altijd strikt gevolgd en bentonietslib wordt op locaties toegepast zonder dat dit gemeld wordt of er een toelating voor aangevraagd wordt. Wie wel de regels volgt, prijst zichzelf uit de markt.”

Bij RDL – Reconversiemaatschappij Duurzaam Leefmilieu – wordt bentonietslib met open armen ontvangen. Operational director Peter Hendrickx. “Wij willen ons aanpassen aan de regelgeving, maar de Bodemkundige Dienst van België zegt: ‘Wij kunnen geen technisch verslag opstellen op basis van analyses die zijn uitgevoerd op boorslib in zijn oorspronkelijke vorm.’ Dus moeten we fractioneren. Het bodemmateriaal wordt geperst, het water wordt geloosd en het geperst materiaal wordt vervolgens geanalyseerd als bodem. Zo komen we tot een technisch verslag. Bij een persing zet de vervuiling zich vast op de kleinste fractie, in dit geval bentoniet. En dan zitten we meer en meer met een vervuild lot. Bij een monstername op bentonietslib in zijn oorspronkelijke vloeibare vorm zal je dus veel vervuiling missen. Die fout wordt nog vaak gemaakt.”

louwers-x-bouwunie-groep-c-dieter-meyns-18-of-30ent_id347-kopieren

“Wie hier aan tafel zit kan effectief iets verwezenlijken in de wereld van horizontaal gestuurde boringen” – Koen De Schaepmeester, DSK Piping

 

Duidelijke regelgeving gevraagd

De afvoer van bentonietslib na horizontaal gestuurde boringen blijkt duidelijk een gevoelig thema.       

“Wat we in dit verhaal vooral missen, is een duidelijke regelgeving”, vertelt Bert Hegge, verantwoordelijke recycling bij APK Group. Chris Wauters van Fluvius is het roerend eens: “Er zijn geen, of nauwelijks, tops die zich inzetten om het te accepteren. Duidelijke regels en een verplichting voor tops om bentonietslib te accepteren is de beste oplossing. Zo krijg je automatisch redelijke prijzen en lost het probleem zich vanzelf op.” De prijs is vandaag nog een probleem, zo bevestigt ook Koen De Schaepmeester, zaakvoerder van DSK Piping: “Meestal maken wij dammen waar het slib in wordt gepompt en vervolgens blijft liggen om te decanteren. Wij benaderen hoeveel we zullen verwerken en bekijken vervolgens de buffermogelijkheden. Het enige alternatief dat we momenteel hebben is veel geld betalen voor slibverwerking.”

Ook deloyale concurrentie is een heikel punt. “Wij verbruiken ongeveer maximum 10 m³ per dag, maar dan passeert er plots een Nederlands bedrijf dat een veelvoud daarvan verwerkt”, benadrukt Kim Voets van Dekabo. “En waar gaan zij met dat bentonietslib naartoe? Ik ben het volledig eens met de regelgeving, maar het kan niet de bedoeling zijn dat Belgische bedrijven die kleine volumes verwerken zich aan de regels moeten houden, terwijl grotere buitenlandse bedrijven niet gecontroleerd worden.”

Wat dat betreft kan uitvoeringscertificatie voor aannemers soelaas brengen volgens William Martens van FARYS: “Als het uiteraard wordt opgenomen in het standaardbestek. Wanneer een buitenlands bedrijf dat certificaat dan niet heeft, zal het in België niet meer aan de slag kunnen. Door middel van een uitvoeringscertificatie kunnen we tevens het kaf van het koren scheiden. We hebben reeds procedures opgestart voor opleidingen, opvolging en bijsturing van de uitvoeringstechnische controles. Bij deze doe ik ook een oproep om hier allemaal aan mee te werken.”

Dat opleiding cruciaal is in het totaalplaatje, bevestigt ook Kurt Drossin van Vermeer: “Wij zijn al een tijd bezig met het organiseren van opleidingen. Als we naar het buitenland kijken, hinken we op dat vlak heel hard achterop. In Duitsland zijn er zelfs scholen die certificaten afleveren.” Timothy Geerts van Grondwijzer haalt aan dat er reeds ‘certificatiemogelijkheden’ voor de opdrachtgevers bestaan: “Aannemers betrokken in het grondverzet zijn bij grote werken immers verplicht om op het einde van de werken een bodembeheerrapport voor te leggen aan de opdrachtgever. Dit document wordt afgeleverd door een erkende bodembeheerorganisatie zoals Grondwijzer en attesteert dat de grondverzetsregeling van begin tot einde correct gevolgd werd. Daarnaast is het belangrijk dat de opdrachtgevers hiervoor de nodige posten in hun bestekken opnemen.”

louwers-x-bouwunie-groep-c-dieter-meyns-9-of-30ent_id3474-kopieren

“De boorbedrijven van Bouwunie hebben bij de uitwerking van dit richtsnoer bergen werk verzet en heel veel input gegeven aan de kabel- en leidingbeheerders.” – Vincent Decruyenaere, Bouwunie

 

Samen iets verwezenlijken

In de gezamenlijke roep naar een duidelijke regelgeving voor onder andere de verwerking van bentonietslib en nametingen bij zowel kleine als grote boringen, klonk tijdens het rondetafelgesprek eveneens de vraag naar uniformiteit. Alle actoren zijn vragende partij voor een uniform kader waarbinnen gewerkt kan worden. “Veel regels zijn prima, maar steek ze in een trechter zodat er een uniforme manier van werken uitkomt”, verwoordt Bart Verberckmoes van Engie het treffend. Uiteindelijk streven alle partijen hetzelfde doel na: een correcte boring uitvoeren. En wat dat betreft was het rondetafelgesprek van Bouwunie misschien wel een aanzet tot meer. “Want wie hier nu rond de tafel zit kan effectief iets verwezenlijken in de wereld van horizontaal gestuurde boringen. Ik hoop dan ook dat wij elkaar snel zullen terugzien”, besloot Koen De Schaepmeester van DSK Piping hoopvol.  


Deelnemers rondetafelgesprek: Thierry Adriaensens (Aquafin), Peter Hendrikx (RDL), William Martens (FARYS), Ilse Baeck (Canalco), Bart Permentier (Proximus), Peter Cloet en Maarten Pombreu (BESIX – Van den Berg), Paul Van Es (Fluxys), Chris Wauters (Fluvius), Bart Verberckmoes (Engie Fabricom), Tom Devriendt en Kurt Drossin (Vermeer Benelux), Kim Voets (Dekabo), Geert D’Joos (Drilling Solutions), Johan Vanhulle (Vanhulle), Koen Deschaepmeester (DSK Piping), Bert Hegge en Daniel Deblanc (APK Group), Timothy Geerts (Grondwijzer), Frank Derycke (Vanhie-Vandaele).

Moderator: Vincent Decruyenaere
(Bouwunie)

Tekst Niels Rouvrois   |    Beeld Dieter Meyns

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen rondom de bouw en infra in West-Vlaanderen!

Lees ons « Privacy statement » voor nadere informatie.

Op de Werf partners

projeCt CUST’OprojeCt Nieuwe Howest campus ‘Penta’