rondetafel-bronbemaling_300dpi-kopieren
07:28
22-04-2020

Ronde tafel | Nieuwe richtlijnen bemalingen

“De krachten bundelen om hiaten weg te werken”

De opeenvolgende warme zomers en onregelmatige neerslag geven een toename in maatschappelijke druk op bemalingen: voor een droge bouwwerf wordt immers zichtbaar water verpompt en dit heeft een invloed naar de omgeving. De nieuwe Richtlijnen Bemalingen, die in hoofdzaak verduidelijking brengen van bestaande wetgeving, werd in 2019 opgesteld in opdracht van het Departement Omgeving. Doordat de regelgeving meer wordt toegelicht dan de vorige versie, komen er diverse hiaten aan de oppervlakte. Bouwunie organiseerde hieromtrent een constructieve dialoog waarbij de diverse partijen de zaken benoemden vanuit hun perspectief, maar met een gemeenschappelijk gevoel. Niettegenstaande de vragen en onduidelijkheden werd een duidelijke actieve inzet getoond om samen, in overleg met de overheid, tot oplossingen te komen.

bart-cloet_300dpi-kopieren

Bart Cloet (votquenne foundations)
“Wij vragen dat er in het bouwproces reeds bij de vergunningsaanvraag wordt nagedacht over de nodige vergunningen om een watertafelverlaging aan te vragen.”

 

Nieuwe Richtlijnen Bemalingen – Verduidelijking & handhaving

Bemalen gaat over het kunstmatig verlagen van het grondwater om bouwactiviteiten droog te kunnen uitvoeren. Dit kan via diverse methodes. De meest gebruikte techniek, zeker in de particuliere bouw en kleinere bouwprojecten, is filterbemaling. Een andere techniek betreft bemaling met bronnen of boorputten en bronpompen, meestal voor de grotere werven of infrastructuurwerken. Twee andere varianten zijn open bemaling en drainages. Soms worden diverse technieken gecombineerd.

Elke bronbemaling is een ingedeelde inrichting waarvoor een omgevingsvergunning moet aangevraagd worden: een melding bemaling en/of aanvraag vergunning naargelang de klasse waarin de bemaling valt. (Klasse 3: melding, Klasse 1 en 2: vergunning)

timothy-geerts_300dpi-kopieren

Timothy Geerts (Grondwijzer)
“De architect heeft een helikopterview op het project en is ideaal geplaatst om de bouwheer te adviseren. Het is belangrijk dat we hen ook meekrijgen.”

 

VLAREL-erkende bedrijven zijn wettelijk verplicht om het bestaan én de inhoud van de aktename meldingen/of vergunning te kennen vooraleer ze mogen boren. Ze dienen deze voorwaarden immers na te leven. Dit betreft overigens elke bemaling, ook deze zonder boringen, aangezien dit ook effectief van toepassing is op elke grondwaterverlaging.

De nieuwe Richtlijnen Bemalingen is in se vooral gericht op verduidelijking en transparantie. Ze verduidelijkt de methodiek die moet worden gevolgd bij het opstellen van een bemalingsontwerp en het inschatten van de bemaling op de omgeving. Dit in het licht van de alsmaar strengere milieuaspecten, veiligheid en aansprakelijkheid tegenover derden. De Richtlijnen Bemalingen helpen ook bij het correct invullen van een aanvraag. Sinds enkele jaren verloopt elke aanvraag immers digitaal via het omgevingsloket. Bij de aanvraag én eventuele latere handhaving en controle op de uitvoering van vergunningen is de debietmeting en monitoring van grondwaterstanden ook een belangrijk item.

Jan Lippens (Quiro)
“Architecten zouden moeten worden gemotiveerd om veel vroeger en meer grondonderzoek te doen.”

 

Overgangsperiode

Over het aanvragen van de omgevingsvergunning bestaan binnen de bouwwereld nogal wat misverstanden. Zo is de bemaler niet de aanvrager of de exploitant, maar de bouwheer/opdrachtgever. Naten Van Hemelrijck (Vanhecke) brengt vanuit zijn bedrijf en de beroepsvereniging gezamenlijke standpunten naar buiten: “Wij worden als sector gedwongen om ons naar de regelgeving te schikken omdat we VLAREL-erkende boorbedrijven zijn. Als we dat niet doen verliezen we onze erkenning en zonder erkenning mag niemand boren. Een goed begrip van deze wetgeving is dus in het belang van de boorbedrijven én de bouwsector. Bronering met filters of boorputten is de belangrijkste en goedkoopste techniek voor grondwaterverlaging. Er is dus niemand beter wanneer boorbedrijven worden stilgelegd. Veel VLAREL-erkende bemalingsbedrijven ondersteunen bij de aanvraag. Ook al zijn bemalers geen studiebureaus, minstens voor advies bij de opmaak van het bemalings- en inplantingsplan is het goed een bemaler te consulteren. Wij zijn echter nooit de exploitant of aanvrager van de vergunning, of het nu klasse 1, 2 of 3 is. Sommige bemalers voeren wel al screenings uit om te weten of we mogen boren. Bij een screening kijken we of er bezwaren kunnen zijn om een geplande bemaling uit te voeren. We volgen hierbij de richtlijnen bemalingen. Indien er geen bezwaren blijken kan een goede screening vaak dienen om een melding aan te vragen, wat mooi meegenomen is. Levert de screening toch bezwaren op, dan kunnen gespecialiseerde studiebureaus deze gericht aanpakken. Op die manier leveren we mee inspanningen om tot een juiste akte te komen. Je kan stellen: noodgedwongen. Als de akte er niet is verlagen wij eigenlijk blind de watertafel. We hebben ook weinig tegenargumenten: er bestaat al lang een wettelijk kader, dat we nu dus moeten naleven. Door dit actief te doen komen nu echter conflicten aan de oppervlakte waaraan we moeten sleutelen. Zo zorgt het juist meten van debieten voor problemen. Dit stond in feite al lang in de wetgeving. Er was echter weinig ervaring met het effectief meten. We moeten er nu vooral voor zorgen dat we de wetgeving actief kunnen toepassen, maar ook waar nodig verbeteren door in overleg te gaan met de overheid. VMM staat daar eveneens voor open. De 300 steden en gemeenten in Vlaanderen, die in vele gevallen nog moeten leren omgaan met zowel de verandering als de maatschappelijke druk, is een ander paar mouwen.”

dirk-stove_300dpi-kopieren

Dirk Stove (Vlario)
“We moeten de hiaten er samen uithalen. Een werkgroep binnen Vlario buigt zich momenteel over het toepassen van de bemalingsrichtlijn bij lijnprojecten.”

 

Bart Cloet (votquenne foundations): “Er is een verschuiving ten opzichte van vroeger in die zin dat de vergunningsaanvraag belangrijker wordt en er meer toezicht is op de naleving ervan. Dit heeft voor de uitvoerders tot gevolg dat veel werven stilliggen. Wij vragen dan ook dat er in een eerder stadium in het bouwproces nagedacht wordt, namelijk bij de vergunningsaanvraag, om de nodige vergunningen voor de watertafelverlaging aan te vragen. Naast de handhaving en controle op de uitvoering van de vergunningen is de debietmeting een belangrijk item geworden. In de eerste Richtlijn Bemaling van 2009 was er reeds sprake van, maar nu benadrukt men dit meer. Er is nu in versneld tempo, in samenwerking met het Vito, een code van goede praktijken overeengekomen. We zitten momenteel in een overgangsperiode. Aannemers van niveau weten waar het over gaat, maar er is nog werk aan de winkel.

Kennishiaat

Bronbemalers moeten navragen of er een akte is en die ook naleven. Momenteel is er echter een tekort aan kennis bij de andere bouwpartijen, wat de context om binnen te functioneren bemoeilijkt. Zeker wat de kleinere projecten betreft. Frank Derycke (Vanhie-Vandaele): “Wij moeten helpen bij vergunningsaanvragen vanuit het standpunt van de bouwheer of architect, die er weinig kennis van heeft. We moeten zoveel mogelijk gegevens zoeken en doorgeven om de vergunning te bekomen.” Dirk Stove (Vlario) bevestigt: “Weinig studie­bureaus weten wat een bemalingsstudie allemaal inhoudt. Het is belangrijk dat we experts inschakelen.” Nadia Paridaen (Van Deynse Putboringen) bevestigt: “Wij zien heel vaak bemalingsstudies of nota’s die niet correct zijn. Ik heb het hierbij vooral over klasse 3.” Volgens Dirk Dewaele (Aquafin) zouden alle bouwheren bemaling moeten opnemen in de vergunning die ze aanvragen in plaats van dit aan de aannemer over te laten: “Dit is niet werkbaar voor de aannemers. Wij laten in onze vergunning finaal via het studiebureau berekenen wat het debiet is dat mag worden opgepompt, wat ook in het bestek staat. In de studiefase moet men tevens kijken waar men met het water terechtkan. Nu wordt dat ook aan de aannemer overgelaten, waardoor het bij ons in de zuiveringsstations terechtkomt.

yves-meyus_300dpi-kopieren

Yves Meyus (AGT)
“Doordat alles digitaal verloopt kan de overheid de vergunning iets gemakkelijker controleren dan de uitvoering.”

 

Als we drie liter water oppompen zit er maar één deel afvalwater in. Alles gaat echter door alle pompen, wat geld kost. Dat is bepalend voor de prijs en moet bij de bouwheer gedefinieerd worden. Ons principe is: klasse 3 moet door de aannemer worden aangevraagd, klasse 2 en 1 door de bouwheer. We zijn dit momenteel aan het bekijken.”

dewaele-dirk_300dpi-kopieren

Dirk Dewaele (Aquafin):
“In de studiefase moet men ook kijken waar men met het water terechtkan. Nu wordt dat aan de aannemer overgelaten, waardoor het bij ons in de zuiveringsstations terechtkomt.”

 

Yves Meyus (studiebureau AGT): “De problematiek van de lozing maakt sowieso al deel uit van de vergunning. Een dergelijke opsplitsing in verantwoordelijkheid van aanvragen volgens klasse is moeilijk. Men weet immers in het begin vaak nog niet in welke klasse men zal terechtkomen.”

Rol van de architect

De architect heeft een helikopterview op het project. Welke rol kan hij binnen dit kader spelen? Jan Lippens (Quiro): “Het probleem is dat er bij de aanvraag van de bouwvergunning meestal nog geen gegevens gekend zijn over de grond. Ik ben er voorstander van om alle procedures samen te laten lopen, maar dan zouden architecten moeten worden gemotiveerd om veel vroeger en meer grondonderzoek te doen.” Nico Terryn (Nico Terryn bvba) sluit zich hierbij aan: “Het probleem is echter dat men meestal over weinig gegevens beschikt, geen tijd wil verliezen en van start wil gaan. Ik zie bij de grotere gebouwen een trend dat de architect de aanvraag van de bemaling op zich neemt.”

Timothy Geerts (Grondwijzer): “Ik hoor vanuit onze sector dat een architect met zijn helikopterview inderdaad ideaal geplaatst is om de bouwheer te adviseren over de verschillende stappen. Het is belangrijk dat we hen daarin meekrijgen. We merken bij velen echter nog steeds een gebrek aan kennis en/of interesse als het gaat over grondverzet of bemalingen. Het luik grondwaterverontreiniging is eveneens zeer belangrijk. Indien hier geen aandacht wordt aan besteed kan het bemalingswater immers verontreinigd worden. In het technisch verslag wordt momenteel een summiere screening opgenomen van wat er zich in de buurt bevindt. Voorts vraag ik me af of het een oplossing kan zijn om de bemalingsstudie te linken aan de vergunning.”

naten-van-hemelrijck-kopieren

Naten Van Hemelrijck (Vanhecke):
“Het effectief aanvragen van een vergunning is nooit de taak van de bemaler. Wij kunnen wel ondersteunend werken.”

 

Bart Cloet: “Wij geven nu al advies voor het uitvoeren. We willen dat ook naar de architect toe doen. Wij zijn zeker bereid om te helpen. Er moet sowieso meer studie zijn van in het begin. Als er discussie is over de klasse, raad ik aan om klasse 2 aan te vragen in het begin van het project.” Nadia Paridaen bevestigt: “Voor de uitvoerende firma’s is het inderdaad gemakkelijker om met een maatje meer te werken.”

Yves Meyus: “Bij het opstellen van de nieuwe Richtlijnen Bemaling hebben we tamelijk wat interviews afgenomen van bouwheren, studiebureaus, bemalers en architecten. We merken bij architecten weinig bereidheid om hieraan mee te werken omdat er al zoveel zaken zijn waarvoor ze verantwoordelijk zijn. Een andere belangrijke vaststelling is dat een aantal bouwheren-projectontwikkelaars aangaf dat de bemalingsstudie zo vroeg mogelijk moet worden uitgevoerd omdat men dan een zicht heeft op de effectieve kostprijs van de werken.” Dirk Dewaele: “We moeten ons ook de vraag stellen over welke gegevens een aannemer moet beschikken om een correcte prijszetting te doen.”

terryn-nico_300dpi-kopieren

Nico Terryn (Nico Terryn bvba)
“Bij grote dossiers of wanneer de gemeente een rioleringsplan lanceert, zou er op voorhand een screening inzake vervuiling moeten gebeuren.”

 

Inhaalbeweging bezig

Met de Richtlijnen Bemaling en de code van goede praktijk inzake debietsmeting wil de overheid vooral verduidelijking brengen. Er moet immers 100% conform gehandeld worden. De sector van de bemalers professionaliseert zich en vraagt om alle stimulansen te krijgen om ook voor de bouwsector de nodige oplossingen te bieden. Zowel vanuit de bouw- en de bemalerssector als vanuit de overheid zijn er uitdagingen. Er moet hierbij zo constructief mogelijk samengewerkt worden aan kennis, inzicht en een wettelijk kader dat functioneert. 300 Vlaamse steden en gemeenten en enkele tienduizenden aannemers moeten worden bediend door de VLAREL-erkende boorbedrijven.

vincent-decruyenaere_300dpi-kopieren

Vincent Decruyenaere (provinciaal coördinator Bouwunie West-Vlaanderen, moderator)
“Wij informeren, sensibiliseren en verbinden vanuit Bouwunie, zowel naar de ruwbouwaanemers als wie actief is in het infragebeuren. Onze boodschap is: wees alert en doe het nodige.”

 

Zij doen momenteel een inhaalbeweging inzake kennis met de bedoeling dit op alle werven correct te kunnen toepassen. De sectororganisatie neemt hierbij haar verantwoordelijkheid en bouwt opleidingen uit. Naten Van Hemelrijck: “Wij hebben iemand aangesteld om de opleidingen versneld uit te werken, zodat het programma nog dit voorjaar aan de bouwsector kan worden aangeboden en dat er voldoende concrete oplossingen zijn. Er was ondertussen een gesprek met de minister. We hebben er in open overleg met de bouwfederaties bij de overheid voor gepleit om een wettelijk kader te voorzien dat mee evolueert met de huidige inzichten. De regels zullen niet worden verzwakt, maar wel worden verbeterd. Er zijn op vandaag ongeveer 60 VLAREL-erkende bemalingsbedrijven. Het is in het belang van de hele bouwsector dat de boorbedrijven competent zijn en blijven. Op die manier moeten we in staat zijn om snel progressie te maken en stilstand te vermijden. Teveel bemalers en aannemers nemen immers nog steeds ontoelaatbare risico’s door bijvoorbeeld te starten vooraleer de vergunning in orde is.
Dit betreft een milieudelict waarbij de zaakvoerder hoofdelijk aansprakelijk gesteld kan worden. Alle partijen die nalatig zijn geweest zijn mee verantwoordelijk. We begrijpen heel goed dat niet iedereen over alle kennis kan beschikken, maar men moet er wel ergens notie van hebben en kunnen doorverwijzen. Binnen de sector is er voldoende informatie en kennis beschikbaar, alleen is het nu nog wat zoeken waar ze te vinden is. Maar daar wordt momenteel hard aan gewerkt.”

Tekst Tilly Baekelandt | Beeld Tilly Baekelandt

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen rondom de bouw en infra in West-Vlaanderen!

Lees ons « Privacy statement » voor nadere informatie.

Op de Werf partners

Project Duinenzee De Pannefoto1_300dpi-kopieren